Je kunt die tekst maar klaar hebben liggen

Hij was net 50 geworden. Bescheiden gevierd, maar hij maakte zich toch zorgen. Hij werd dan wel gelanceerd als de “het land-is-fantstisch-man” en daar voelde hij zich prima bij, maar echt lekker liep het allemaal niet.

En nu, nu kon hij de slaap niet vatten. Hij hoorde het tikken van de wekker alsof hij direct onder een kerktoren lag te slapen. Nou ja, slapen. Dat ging dus niet. “Verdomme, Wat moet ik nou doen?”

Hij had een keuze gemaakt omdat de grote blonde pestkop dat ook… had gedaan. En hij wilde daar niet voor onder doen. Aanvankelijk had het nog gewerkt ook. Het ging niet door.

Maar toen hadden ze besloten het toch door te laten gaan. En nu mogen de andere jongens ineens twee uur lang prime time met elkaar in gesprek. Die blonde pestkop doet nog steeds niet mee. Maar de betweter, de snotneus, die enge meneer die de laatste letter van zijn partijnaam in een verkiezingsspotje zo raar omhoog laat gaan, de doodgewaande arbeider die nooit het profiel van een arbeider zal krijgen en zelfs de lijkkist van zijn collega van de afgelopen 4 jaar was open gegaan en die mocht meedoen.

Zeggen dat hij ook mee wil doen kan niet want dan lacht de grote blonde pestkop hem uit. Premierwaardig boven de partijen staan kan ook niet als je niet mee doet. Bovendien azen anderen op de rol van verbinder, vooral de betweter en de snotneus.

Maar lekker voelt hij zich er niet bij. Zijn club heeft immers nogal wat ellende te verwerken gehad en daar zullen die 5 anderen flink zout in de wond wrijven. En hij is er niet bij die wond met water uit te spoelen. Wat vervloekte hij met terugwerkende kracht zijn clubleden Ivo, Fred, Ard en nu ook Ton. En controle over Bas die elke keer belletje lelt en nog veel meer weet dan hem lief is heeft hij ook niet.

Hij voelt de grip wegglijden, de controle glipt uit zijn handen als fijne zandkorrels. Dat wordt weer een hele lange nacht. En er zullen er nog vele volgen. 15 maart is nog heel ver weg. “Mmmmm, als ik dan toch niet kan slapen kan ik misschien maar beter beginnen te schrijven aan de vertrekspeech die ik ga houden bij mijn nederlaag.” Hij knipte het licht aan, startte zijn laptop op en ging er eens goed voor zitten.