Au!

“Ingreep bij de Woenselse Poort” zo kopt de krant zaterdag. Ik lees vervolgens bij Sitey.nl een interview met de voorzitter van de Raad van Bestuur waar ik niet direct gelukkig van wordt. Als een paar ons empathie en zelfreflectie was toegevoegd had ik er wel iets mee gekund.

Verbaasd ben ik niet over de situatie. Ik heb daar bijna 20 jaar gewerkt en ken de situatie behoorlijk goed. Dat komt ook omdat ik er nog voldoende contacten heb. Toen ik eind jaren ’80 van de vorige eeuw als leerling begon te werken op de opnameafdeling van de Forensische Psychiatrische Kliniek (nu heet het allemaal Woenselse Poort) werkte ik in diensten altijd met 2 ervaren mannelijke collega’s. Deze twee werden of aangevuld met een leerling of met een vrouwelijke collega. Er werkten toen 2 vrouwelijke medewerkers op een team van 15 – verder dus mannelijke en gediplomeerde-verpleegkundigen.

Ik zal niet zeggen dat het zaligmakend is al leer je dan wel verdomd goed het vak in de praktijk. Het betekent immers ook het i stand houden van een macho-achtige cultuur. Menig stapavondje was bijzonder omdat er een muur van grote kerels een kroeg binnen stapte. Dat gaf reacties.

Maar het andere uiterste was er zo’n 15 jaar later toen ik nagenoeg stopte binnen het Forensisch Circuit (waarom een kliniek een circuit werd is me nooit duidelijk geworden). Toen ik er stopte en iets anders ging doen binnen de GGzE (toen ik begon heette het ziekenhuis de Grote Beek en daarvoor RPI) werkte op een afdeling nog maar 1 of 2 mannen in een team en de gemiddelde leeftijd was drastisch lager geworden. In dit moeilijke werk is het best handig als je al iets van het leven en de ellende ervan hebt meegemaakt. Zeker als op een afdeling mensen verblijven die je voortdurend uitproberen, testen en grenzen opzoeken. Op het laatst moest ik als ervaren mannelijke verpleegkundige vaak opdrijven als men het gevaarlijk vond. Bizar. Als spannende situaties al bij het werk horen, en daar ontkwam je niet aan, dan moet iedereen die er werkt er kunnen staan en niet alleen kerels van enig formaat.

En je moet ook niet bang zijn. Ik heb de kleinste vrouwelijke collega’s met een enorm grote bakkes cliënten van 2 bij 2 meter zien terecht wijzen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Dat man- vrouw-verhaal vond ik nog tot daaraan toe, maar dat ervaringsverhaal is wel een ding. We hadden gewoon collega’s die nieuw binnen kwamen waar we binnen een paar dagen tegen konden zeggen dat ze binnen een jaar hun relatie op de klippen zouden zien lopen en verdomd het was altijd goed. Je moet er wel staan als je dat werk gaat doen. Je moet als geen ander jezelf kennen en jezelf als middel kunnen hanteren. Het gaat niet per se om trucjes en methodiekjes maar om persoonlijkheid en vanuit de relatie met de ander de goede dingen kunnen doen. Het gaat om er kunnen staan als het leuk is maar ook als het ingewikkeld is. Als je een klap voor je kop hebt gehad ga je degene die het heeft gedaan niet 4 weken ontwijken (dat noemde men “de relatie niet willen schaden” maar het was gewoon angst waar men niet over sprak) maar je gaat diezelfde dag nog naar hem (ik werkte nagenoeg alleen met mannelijke cliënten) toe, vloekt hem stijf en zegt dat als ie dat nog eens flikt hij een dreun terug krijgt. Volgens de boekjes mag het misschien niet maar het werkt wel en je krijgt er nog respect voor terug ook.

Is de doelgroep dan moeilijker geworden? Die hoor ik ook wel eens. Ach, een collega zei ooit: “Ik werk met de gevaarlijkste gekke criminelen van het land.” Volgens mij was dat toen zo en is dat nu nog zo. Ik he er flink moeten knokken met hele hele grote mannen. En ook toen hadden we wel eens een cliënt die zijn scrotum opensneed, zijn testikels eruit haalde en die in het kantoor van het personeel op het bureau gooide met de mededeling: “Hier, die heb ik toch niet meer nodig.” Ik weet niet of het veel ernstiger is nu. De omstandigheden zijn minder betrouwbaar en dan komt onaangepast gedrag heftiger naar voren.

Ik werkte op die opnameafdeling en daar was een jongen die erg imponerend was. Elke keer als je langs liep stapte hij uit en deed net of hij je wilde slaan. Zeer intimiderend en je schrok je echt elke keer de kolere. Soms sloeg hij ook wel en dan was het hommeles. Vechten tot de controle echt er was. Hard te halen. Met dat team vol mannen spraken we wel eens af om deze man als hij weer zou uitstappen met een schijnbeweging, we hem stevig tegen de muur zouden zetten met drie man. En dan zo dat hij net met zijn tenen de vloer niet zou voelen. Als we dat deden was het daarna drie weken rustig. Mocht dat? Met de huidige maatstaven zou er afkeurend worden gesproken over dit gedrag. Maar het werkte wel. En je gebruikte het echt niet als het niet hoefde. Teams waren hecht en mensen gingen voor elkaar door het vuur.

Dat er onbalans is in de teams op de afdelingen bij de Woenselse Poort snap ik best. Er wordt extra geworven. Maar als je vervolgens nauwelijks ervaren mensen aanneemt om de teams aan te vullen los je je probleem niet op, maar dan maak je het alleen maar erger. Er is flink wat werk aan de winkel. De situatie bij de Woenselse Poort gaat me aan het hart. Ik weet wat er nodig is om dit moeilijke werk te doen. En ik weet dat je ervoor kunt zorgen dat je hele moeilijke mensen elke dag weer een stapje vooruit kunt helpen, als ze dat zelf willen. Ik hoop echt dat de situatie normaliseert en dat het voor de mensen die er verblijven en die er werken weer veilig en een beetje leuk wordt.